Nieuwsflash

22/09/2017

Opleiding Teamcoaching voor chauffeurs PC 140.02
lees meer >>>

30/06/2017

Taxichauffeurs: Verhoging coŽfficÔent vanaf 1 juli 2017
lees meer >>>

30/06/2017

Taxichauffeurs: Verhoging GGMMI met 0,6% vanaf 1 juli 2017
lees meer >>>

30/06/2017

Loonsverhoging garagepersoneel taxi en VVB vanaf 1 juli 2017
lees meer >>>

30/06/2017

Loonsverhoging VVB vanaf 1 juli 2017
lees meer >>>

7/06/2017

Ecocheques in juli 2017
lees meer >>>

19/11/2015

Taxilive.be
lees meer >>>

Waarborg van een minimum gemiddeld inkomen


Deze CAO zal aangepast worden ingevolge het sectoraal akkoord van de sociale partners voor 2017-2018.

 

Publicatie : 2017-04-06
Numac : 2016206517


FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


23 MAART 2017. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende de waarborg van een minimum gemiddeld inkomen aan de chauffeurs tewerkgesteld door taxiondernemingen (1)


FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2016, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende de waarborg van een minimum gemiddeld inkomen aan de chauffeurs tewerkgesteld door taxiondernemingen.
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 23 maart 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

 

Bijlage

 

Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek

 

Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2016. 

 

Waarborg van een minimum gemiddeld inkomen aan de chauffeurs tewerkgesteld door taxiondernemingen. (Overeenkomst geregistreerd op 6 juni 2016 onder het nummer 133119/CO/140)

 

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK II. - Juridisch Kader
HOOFDSTUK III. - Volledige arbeidsprestaties
HOOFDSTUK IV. - Waarborg van een minimum gemiddeld uurloon
HOOFDSTUK V. - Geldigheidsduur

 
 

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

 

Art. 1.

§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die een taxionderneming uitbaten en die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek alsook op hun chauffeurs.

 

§ 2. Onder “chauffeurs”, wordt verstaan de mannelijke en vrouwelijke taxichauffeurs.

 

HOOFDSTUK II. - Juridisch kader

 

Art. 2.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2014, algemeen verbindend verklaard door het koninklijk besluit van  2 juli 2015 (BS van 23 juni 2015) en wordt afgesloten in uitvoering van het protocolakkoord van 26 januari 2016 voor de jaren 2015-2016.

 

HOOFDSTUK III. - Volledige arbeidsprestaties

 

Art. 3 § 1.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt niet als "volledige arbeidsprestaties" beschouwd het feit dat de chauffeur, gedurende de betrokken betaalperiode, zich bevindt in één van de hierna omschreven toestanden :

1° niet ter beschikking van de werkgever blijven tijdens de uren en volgens de termen voorzien in het arbeidsreglement of in zijn overeenkomst;
2° één of meerdere ongeoorloofde afwezigheden;
Eén of meerdere onverantwoorde telaatkomingen in overeenstemming met het normale uurrooster voorzien in het arbeidsreglement en die per kalenderdag meer dan 15 minuten bedragen of die per kalenderweek in totaal meer dan 30 minuten bedragen;
4° één of meerdere ongewettigde voortijdige werkverlatingen;
5° één of meerdere ritten hebben geweigerd, behalve wanneer het aanvaarden van een rit een overschrijding van het uurrooster als gevolg heeft of in één der gevallen voorzien in het toepasselijk politiereglement;
6° zich niet melden na elke rit, indien het voertuig over een mobiele radio-installatie beschikt;
7° een onvolledig of opzettelijk vervalst ritblad indienen.
 
De bewijslast van één van de in het vorig lid vermelde toestand rust op de werkgever.
 
§ 2. In afwijking op § 1 wordt voor de chauffeurs met minder dan 3 maand anciënniteit enkel rekening gehouden met de toestanden vermeld in 2°, 3°, 4° en 7° voor de bepaling van onvolledige arbeidsprestaties.
 
§ 3. Indien de werkgever van oordeel is dat de werkman geen volledige arbeidsprestaties heeft gedurende een betaalperiode, is de werkgever er toe gehouden deze toestand alsook de ingeroepen redenen aan de werkman schriftelijk mede te delen.
 
De in het vorig lid bedoelde mededeling moet ten laatste plaatsvinden op de datum waarop de loonfiche met betrekking tot de betrokken betaalperiode afgegeven wordt of binnen de 30 dagen volgend op de betrokken betaalperiode.
 
§ 4. Bij gebrek aan mededeling in de termijn vastgesteld door § 3, wordt de chauffeur, zonder mogelijkheid van tegenbewijs, beschouwd als volledige arbeidsprestaties te hebben geleverd gedurende de betrokken betaalperiode.
De werkgever heeft de bewijslast van de mededeling binnen de door dit artikel bepaalde termijn.
 

HOOFDSTUK IV. - Waarborg van een minimum gemiddeld uurloon

 

Art. 4.

De chauffeurs van de in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde werkgevers die volledige arbeidsprestaties hebben, genieten van het gemiddeld minimum maandinkomen vastgesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad voor de categorie van de werknemers die minstens 20 jaar oud zijn en die een anciënniteit in de onderneming van ten minste één jaar tellen. Voor de taxichauffeurs is dit bedrag van toepassing ongeacht de leeftijd en/of de anciënniteit van de betrokken chauffeur en dit volgens de modaliteiten vastgesteld door de bepalingen van dit hoofdstuk.
 

Art. 5.

Het door artikel 4 vastgestelde inkomen wordt per betaalperiode gewaarborgd.

 

Art. 6.

Het per betaalperiode te waarborgen inkomen wordt bepaald krachtens de volgende formule :

(het in artikel 4 bedoelde inkomen x 3) : 494 uren x aantal arbeidsuren van de chauffeur in de betrokken betaalperiode.
Het aantal 494 uren dat in de formule vermeld in het vorig lid opgenomen is wordt bekomen door de vermenigvuldiging van de wekelijkse arbeidsduur van de chauffeurs van de taxionderneming met 13.
 

Art. 7.

Ten aanzien van de chauffeurs die een anciënniteit in de sector van minder dan drie maanden hebben, bij afwijking op de bepalingen van artikel 5, is het door artikel 4 vastgestelde inkomen gewaarborgd op een periode van drie maanden of in het geval van vertrek van de werknemer voor deze drie maanden tot op de datum van het vertrek van de werknemer.
 

De betaalperiodes gedurende dewelke de werknemer onvolledige arbeidsprestaties heeft, in de zin van artikel 3, zijn uitgesloten van de garantieperiode.
 

HOOFDSTUK V. - Geldigheidsduur

 

Art. 8.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2016 en is gesloten voor onbepaalde duur.
 

Zij kan door elk van de contracterende partijen worden opgezegd. Deze opzegging moet minstens drie maanden op voorhand geschieden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, die zonder verwijl de betrokken partijen in kennis zal stellen.
 

De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum van de verzending van bovengenoemde aangetekende brief.

 

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 maart 2017.
De Minister van Werk,
K. PEETERS